Bij het heengaan van Nadine

Ze dacht wel, maar ze deed veel liever
Natuurlijk had ze ook een achternaam, maar voor ons, en lang niet alleen voor ons, was schepen Laeremans gewoon Nadine. Ondanks haar ongewone loopbaan in de Geelse politiek bleef ze persoonlijk altijd iets gewoons hebben en hoewel het moeilijk is het Geelse politieke milieu – en bij uitbreiding het openbare leven in dit dorpse stadje – zonder haar voor te stellen, kwam dat niet omdat we haar gewoon geworden waren. Nadine had namelijk meer dan één buitengewoon kantje.
Het stadsbestuur en haar partij hebben hun plicht gedaan en de politieke carrière van Nadine geschetst op een manier die haar alle eer aandoet. Het begin van dat verhaal situeert zich al meer dan een kwart eeuw terug, vóór het jaar 2000, toen er verkiezingen waren en Frans Peeters voor zijn tweede legislatuur een topscore wou neerzetten. Dat deed hij ook, mede dankzij een bijzonder sterke lijst. De lijstvorming had Peeters bij Nadine gebracht. Beiden waren van Noorderwijk afkomstig en misschien schiep dat een band, maar het was toch vooral Nadines werk in het verenigingsleven van ’t Punt, waar het dorpsgevoel ook toen al sterk onder druk stond, dat haar zo’n aantrekkelijke kandidate maakte. Ze was de motor van de toenmalige Boerinnenbond van ’t Punt, nu Ferm. Ze zei niet van de eerste keer ‘ja’ tegen Peeters en naar verluidt ook niet van de tweede, maar uiteindelijk deed ze het toch.
De tweede legislatuur van Frans Peeters gaat door voor de beste die Geel na de oorlog heeft gehad. Nadine kwam in de gemeenteraad en zou haar actieterrein uitbreiden, vooral onder impuls van Luc Stevens, die in 2000 ook op die lijst stond. Met de vernieuwde Ommegang als springplank werd Stevens de eerste schepen van Cultuur van het nieuwe millennium. Nadine was daar nauw bij betrokken en toen in 2005 Gheelamania zijn eerste editie kende, had ze zich daar al onmisbaar gemaakt. Sindsdien – en tot haar dood – zijn er weinig dagen geweest dat ze niet in De Kelder (het kledij- en rekwisietenatelier onder de bib) is geweest. Toen Luc Stevens na zes jaar tot de conclusie was gekomen dat de politiek toch niet zijn ding was, was Nadine zijn gedoodverfde opvolger op Cultuur. Met dezelfde springplank haalde ze bij de verkiezingen een hoge persoonlijke score, wat haar schepenzetel vanzelfsprekend maakte. Ze aanzag het schepenschap als een fulltime job en behoorde tot de loffelijke uitzonderingen in het schepencollege die er nooit een bijberoep van hebben gemaakt.
Een schepen wordt geacht zich ietwat theoretisch, conceptueel en met een vogelperspectief met het beleid bezig te houden. Nadine was echter niet de vrouw om aan vergaderitis, ambtelijke denkkrampen en politieke speelzucht te lijden. Ze dacht wel, maar ze deed veel liever. Ze glimlachte dan maar eens minzaam naar iedereen die haar toeriep dat ze minder uitvoerend werk moest doen. Tussen de mensen en tussen de kleren, daar was ze het liefst. Omdat ze ook de andere kant van de job niet verwaarloosde, klopte ze veel te veel uren.
De derde legislatuur van Frans Peeters was er voor de CD&V te veel aan en in 2012 was het crisis in de rangen. De partij die het sinds de oorlog in Geel voor het zeggen had, moest het burgemeesterschap afgeven én de helft van haar schepenen dumpen. Hoewel Nadine niet degene was die het hardst met de ellebogen heeft gewerkt, overleefde ze de selectie. Cultuur ging evenwel naar de N-VA. Zij kreeg na 2012 o.a. Sport, Jeugd en Burgerlijke Stand, maar via de afsplitsing van het deeldomein Evenementen kon ze de Dimpnadagen, haar stokpaardje, blijven mennen. Daar was niemand rouwig om.
In 2018 was Nadine nog altijd ‘incontournable’ als schepen voor de CD&V. In de aanloop naar de verkiezingen van vorig jaar niet meer. Toen kreeg ze van haar partij te horen dat drie legislaturen als schepen wel volstonden. De nodige vernieuwing, weet je wel. Viermaal zes jaar zetelen als schepen zou inderdaad een naoorlogs record zijn. Ze had het daar moeilijk mee, en uiteindelijk is het ook niet zover gekomen. Bij de vorming van ‘Team Marlon’ viel toch iemands frank: om na 12 jaar weer over de N-VA te wippen, was het geen goed idee om iemand aan de kant te laten die in 2018 nog 1164 stemmen trok. De deal was een compromis: Nadine bleef schepen, maar zou na 4 jaar de fakkel doorgeven. Ze haalde nog 969 stemmen, maar slechts 62,5% van de Geelse kiezers ging effectief stemmen. Als je dat incalculeert, ging ze vooruit. Ze heeft nog geen kwart van die vier jaar vol kunnen maken. Toen ze overleed, was het niet eens drie weken geleden dat ze de fatale diagnose had gekregen.
Dit ging over Nadine als politica. Bij de Brugpartij hebben we haar nooit als een tegenstander aanzien. De weinige interpellaties waren eerder vragen, nooit écht een meningsverschil. Eentje misschien, toen coronasubsidies voor het verenigingsleven deels naar de stadskas werden gesluisd en wij dat niet begrepen. Ze deed ons subtiel begrijpen dat het niet haar idee was.
Nadine was in de eerste plaats een mens, een vrouw, een moeder. In gedachten zijn we deze Allerheiligendagen bij haar man, haar drie kinderen en haar kleinkinderen.
Een groot verlies.
Respect.